Een aantal vragen aan één van de bewoners: Sabine

Hoe is het om in je eigen huis te gaan wonen?
Helemaal goed

Heb je zelf nagedacht over de inrichting?
Nee, ik ben nogal gemakzuchtig. Het enige wat ik belangrijk vind is de w.c., een klok, mijn t.v. en de dvd speler.

Hoe vind je het om zoveel buren te hebben?
Op zijn tijd heel gezellig maar ik trek mij ook geregeld in mijn eigen huis terug.

Wat wil je zelf graag gaan doen in je nieuwe huis en waar heb je misschien hulp bij nodig?
Ik zou het niet weten.

Een aantal vragen aan de ouders van Sabine:
Waarom heb je gekozen om voor je kind een plaats te vinden in een ouderinitiatief?
Omdat wij de groep schoolverlaters, incl. de ouders, compleet wilden houden

Vindt je het moeilijk om je zoon of dochter los te laten?
Niet na 31 jaar.

Hoe vaak ga je eens langs voor een kopje koffie?

Nu nog bijna dagelijks

 


Een aantal vragen aan één van de nieuwe bewoners, Ruby:

Ruby; Je woont nu 2 jaar in je eigen huisje, is het geworden zoals je had verwacht?
Ik heb een prachtig huisje en het is helemaal geworden zoals ik het had gedacht. Ik voel me er helemaal thuis.

Is het niet saai om in je vrije tijd alleen in je eigen appartement te zitten?
Nee hoor, af en toe vind ik het fijn om iets alleen te doen. Ik knutsel veel, bijvoorbeeld kaarten en onderzetters maken.
Ik vermaak me meestal heel goed.


Een aantal vragen aan de ouders van Ruby:

Hoe zijn jullie als ouders betrokken bij de huidige organisatie van de woongroep?
Het directe contact met betrekking tot de zorg loopt altijd via de persoonlijk begeleidster.
Alle ouders hebben regelmatig overleg en zaken die daaruit voortkomen worden via de zorgcommissie met de zorgverlener besproken.
Af en toe verrichten we ook hand en spandiensten bij allerlei practische zaken

Ruby woont nu in haar appartement, hebben jullie nog regelmatig contact?
We heben best veel contact, het is van beide kanten soms nog even wennen, maar het gaat steeds beter!


Even mezelf voorstellen; Bert Vroom.

Na de zomer van 1979 ben ik begonnen als leerling begeleider in Kasteelse Hof, bij wat toen nog de Groesbeekse Tehuizen heette. Voordien had ik in mijn vrije tijd al wel zwemles gegeven aan bewoners van Huize Fatima. Maar écht werken in de zorg is meer dan zwemles geven merkte ik al snel.
Wat voor mij vooral motiverend is, is het contact dat je hebt met de bewoners. Over het algemeen heb ik ervaren dat deze mensen heel direct kunnen reageren. Ik bedoel hiermee te zeggen dat als ze je mogen je dit duidelijk merkt, maar ook als ze je niet mogen. Dit heeft mede bijgedragen aan de ontwikkeling van mijn beroepshouding.
Ik vind het belangrijk om een drietal kernwaarden in mijn werken te hanteren. Deze komen in beginsel uit de pedagogiek van Carl Rogers, vraag maar aan meneer Google. Onvoorwaardelijke acceptatie van de bewoner. Deze is hoe die is en ik sta als hulpverlener “in dienst van” die bewoner. Niet als een knecht, maar eerder als verlengstuk, aanvulling. Verder ben ik écht. Ik doe me niet beter voor dan ik ben. Zal kunnen toegeven wanneer ik het fout had, of het niet weet. Wel met de intentie om een fout te herstellen of dat wat ik (nog) niet weet, uit te zoeken. En als derde; Empathie. Zonder inlevingsvermogen kun je dit werk nu eenmaal niet doen, wat mij betreft.
Dit alles reikt verder dan alleen de bewoner, maar betreft natuurlijk ook zijn/haar familie en verdere netwerk.

En dan het werken in teamverband. Dit is voor mij een belangrijk gegeven. Naast alle informatie en kennis die ik vanuit opleiding, familie, de maatschappij heb gekregen, is de directe input van mijn collega’s voor mij erg belangrijk. Ieder heeft zijn / haar eigen kunde en vaardigheden. Wanneer je een goed functionerend team hebt, is het geheel groter dan de som der delen. En ervaart ieder teamlid voldoening uit het werk en steun van elkaar. Ik vind het dan ook belangrijk dat ieder teamlid de ruimte voelt en krijgt om “z’n eigen ding te doen”, uiteraard binnen de kaders die we gezamenlijk afspreken.
Als coördinator ben ik dan ook een coach voor het team. Ik wil mezelf goed (laten) informeren over wat er zoal leeft. Geef het goede voorbeeld en ben niet te beroerd om zelf ook alles aan te gaan. Dus ik draai ook groepsdiensten, doe eens een slaapdienst of maak het toilet schoon enzovoort. Daarnaast wordt er uiteraard van mij verwacht dat ik er voor zorg dat ieder goed zijn / haar werk kan doen. Tevens ben ik intermediair tussen ouders en team, geef waar nodig ondersteuning aan mijn collega’s hierin. En bij dit alles wil ik het overzicht hebben en houden.

We zijn nu ik dit schrijf, nog geen twee maanden onderweg met Woongroep 2000. Tot nu toe was het flink aanpakken met elkaar. Kennis maken met bewoners en hun familie. Inzicht krijgen in het dagprogramma en waarom het zo is. De weg vinden in huis et cetera. Dit is een doorlopend proces maar er wordt inmiddels al wel veel duidelijk.
Woongroep 2000, een geweldig wooninitiatief. Een fijne plek om te werken, een goede plek om te wonen. En nog een mooie plek ook! Ik heb het hier prima naar mijn zin en ik hoop dan ook dat wij als team dat kunnen bieden aan de bewoners, wat er van ons wordt verwacht. Ik ga in ieder geval mijn best doen om mijn steentje hieraan bij te dragen.


Bert Vroom.


Jan van Oudheusden, Stafmedewerker Kwaliteit, Zorg en Ontwikkeling,

In de jaren 70 ben ik mijn carrière in de zorg gestart bij de broeders Penitenten in Tilburg (en ja, ik ken de woordgrapjes…)
De aanspreektitel was broeder Jan, en de bewoners werden steevast pupil of patiënt genoemd.
De variatie in de aanspreektitel zat em in het paviljoen waar de patiënt of pupil verbleef…ook de handicap (beperking) was redelijk eenvoudig gedefinieerd: idioot, imbeciel of debiel.

De zorg aldaar werd nog betaald door de gemeente, anno 2017 zouden we zeggen dat de zorg in kader van de WMO is “ingekocht”.
De AWBZ is gestart in 1968 en in de jaren zeventig uitgebreid, ingekrompen, vervangen, en herschreven (en in 2015 afgeschaft).
Na een opleidingstraject als verpleegkundige snel overgestapt naar een nabij gelegen nonnenklooster en daar als een van de eerste mannelijke verpleegkundigen aan de slag gegaan.
Het klooster was oorspronkelijk opgezet voor “ongehuwde zwangere meisjes” maar door de komst van de anticonceptiepil kreeg het klooster te maken met leegstand.
Dit werd opgelost door het gebouw opnieuw in te richten voor meisjes en vrouwen met een verstandelijke beperking, maar dan nog steeds pupil of patiënt. Dat dan weer wel.

Als met de paplepel ingegoten was ik als een vis in het zorginstellingen circuit: ik had een zusje met een meervoudige complexe handicap, zij “moest” snel het ouderlijk huis verlaten want dat was vele malen beter dan opgroeien met haar eigen ouders, broers en zusjes (?)
Het verrichten van de meest voorkomende verzorgende taken was geen probleem in het klooster. De aanschaf van ondergoed: dát was een brug te ver in die tijd. Daarvoor werden wij mannen uitgesloten, ondergoed inkopen was De Taak van zuster Francisca.
De administratie bestond uit een maanddienstlijst, bestellijst voor voeding + was, een menstruatie en defecatie lijst, en een groot soort “kasboek”  voor de overdracht-van-de-dienst.
Ik heb nog ergens een handgeschreven loonstrookje…
Gediplomeerden werden steevast na behalen diploma ontslagen om ruimte te maken voor nieuwe eerstejaars. Werving & selectie werd gedaan door personeelszaken mét de mentrix van het internaat. Waar een open plaats was, daar werd eenvoudigweg een nieuwe kandidaat geplaatst.
Ow, de geneesheer-directeur deed nog wel onze lichamelijke keuringen.
De vakantieplanning stond ook vast, eerstejaars die periode, tweedejaars volgende periode, en de derdejaars de laatste periode. De overgebleven gediplomeerden spinden garen, zij mochten gaan wanneer zij wilden, de leerlingen moesten gewoon even hun beurt afwachten…

Via allerlei omwegen, verschillende functies, instellingen in Nederland, ondertussen getrouwd met óók verpleegkundige (“zorgsetje”) 4 pleegkinderen grootgebracht, opa geworden, om dan in 2014 Gosse Noppert tegen het lijf te lopen.
In die periode werkte ik voor Philadelphia in Kampen en een van mijn taken was het aangaan van overeenkomsten in kader van WMO (Aanbestedingen) voor het werkgebied van Philadelphia  in Kampen en Zwolle.
Gosse ging er voortdurend “vandoor” met de aanbestedingen, hij maakte zich druk om de overhead van instellingen en de vorstelijke beloningen van bestuurders. Dat klinkt als een bus, maar als “concurrent” had ik er toen vooral last van.
Onderling was er wel een klik tussen de visie op werken van Gosse en mijn eigen ideeën om zorg in te richten.

Wat doet PGVZ anders? PGVZ (Persoons Gebonden Vraaggerichte Zorg) is een uiterst ‘platte’ organisatie. Een compact management stuurt een brede basis van zorgverleners aan, die met een grote mate van zelfstandigheid werken. Dat scheelt flink in de kosten. Wij bieden meer zorg voor hetzelfde geld. De lijnen zijn kort, de kosten laag en de service hoog.
Tot 2016 bleven Gosse en ik elkaar werk-gerelateerd ontmoeten en in 2016 heb ik de knoop doorgehakt om Philadelphia te verlaten en vervolgens in dienst te treden bij PGVZ.
Vier dagen in de week werk ik voor PGVZ en een dag in de week werk ik voor Vluchtelingenwerk NL.
Inmiddels is ook Woongroep2000 ook aangehaakt aan de PGVZ-familie juli 2017.
Tegelijkertijd is de dagbesteding voor (ouderen) met dementie in Klarenbeek ook gestart juni 2017. Deze twee initiatieven zijn door mijn vingers gegaan, en ik kan u verklappen met veel plezier.

Anders dan pakweg een 40 jaar geleden spreken we nu over bewoner, elk met een eigen appartement, zeggenschap ouders én zeggenschap bewoner is geborgd, de financiële onderbouwing maakt initiatieven onafhankelijk, aanstellen van nieuwe medewerkers (bij het aangaan van de samenwerking hebben we zo’n 40-tal sollicitanten in procedure genomen, waarvan een 26-tal gesprekken) bespreken we met belangenbehartigers, en als Bert Vroom een hemd wil kopen, ik ben de laatste die daar wat van gaat vinden

Tijd om achterover te leunen…welnee…
In najaar 2017 maken we met bestuur en PGVZ de financiële balans op om door te gaan werken naar 2018. Kunnen wij beiden, Woongroep2000 en PGVZ,  zoals oorspronkelijk opgericht trouw blijven aan ons oorspronkelijke gedachtengoed én dit ook nog eens om blijven zetten naar concrete daden?
U en wij hebben daar vast ideeën bij, daar heb ik ondertussen alle vertrouwen in.
De dagbesteding (ouderen) met dementie wordt mogelijk ook verder uitgebreid met een nieuwe woonvorm. Een ander ouderinitiatief uit ook Apeldoorn heeft zich bij ons gemeld, wie weet wat daaruit tevoorschijn komt.
Gelet op mijn leeftijd zou ik, met de finish in zicht, het misschien wat kalmer aan moeten doen.
Maarja, iedereen kent het gevoel dat wanneer de eindstreep in zicht is, er nog een strakke eindsprint uit te persen valt. Ik ben voor!
 

JFM (Jan) van Oudheusden,


Een aantal vragen aan de Projectleider De Goede Woning


Naam: Peter Deugd

Wat doet een projectleider bij een woningbouw stichting?
De projectleider is vanaf het initiatief projectleider van het project. Hij organiseert de projectdefinitie, de projectontwikkeling, eventuele aankopen, financiën en de realisatie van het project. 

Heb je vaker projecten begeleidt waar mensen met een beperking komen te wonen?
Ja. Ik heb vaker projecten begeleidt voor bewoners met een beperking. Om voor deze doelgroep huisvesting te ontwikkelen is erg leuk en dankbaar werk.

Wat maakt dit project anders dan een “gewoon” bouwproject?
Dit project is een ouderinitiatief en dat maakt het bijzonder. Ook vergde dit project extra veel inspanningen van alle betrokkenen om tot uitvoering en dit mooie resultaat te komen.



 

NL-Doet

 

PGVZ

 

 

Gastenboek